
'De Architect' Proloog
Henrik dacht na.
Als hij nu zijn ogen gesloten hield en ze nooit meer zou openen dan zouden dit zijn laatste visuele herinneringen zijn. Zijn ogen zouden smelten. De laatste indruk zou voor altijd op zijn netvlies blijven branden. En zo zou hij altijd van binnenuit getuige zijn van het laatste tafereel: zijn vader met dichtgeknepen handen en ogen, zijn moeder met een gelukzalige glimlach rond haar mond, zijn broer, ach ja zijn broer, die trok altijd een lange neus tijdens het bidden.
‘Dat geldt ook voor jou Henrik, denk eens aan amen.’
Henrik opende zijn ogen en keek naar zijn vader. Henrik begon te blozen. De ogen van zijn vader priemden zich in zijn ziel, althans zo voelde hij dat.
Het was net of zijn vader zag dat hij tijdens het bidden het geloof tijdelijk was ontvlucht om even zichzelf te zijn.
‘Eet smakelijk’ zei vader en iedereen begon aan de maaltijd. Adriaan, zijn broer, begon snel te eten.
Moeder keek hem bestraffend aan.
‘Eet niet zo snel dat is niet gezond.’
Henrik lepelde zijn soep naar binnen.
Ik lepel nu soep naar binnen, wij lepelen nu allemaal soep naar binnen en verder gebeurt er niets, deze wereld bestaat alleen maar uit soep lepelen dacht hij.
Op 17 Januari 1943 nam Henrik een besluit. Het was aan de zelfde tafel, na de soep.
Zijn vader las, zoals altijd, ook na de maaltijd uit de bijbel.
Het leek alsof hij wilde zeggen dat een gevulde buik gecompenseerd diende te worden met een stichtelijk woord.
Vader had altijd een voorkeur voor een overdenking over de zonde.
De zonde die ons voedt en verdelgt.
Henrik deed alsof hij luisterde, zijn ogen waren weer een beetje gesloten en zag zijn vader zonder dat hij iets hoorde.
Alles werd ineens anders.
Zijn voornemen om nooit meer de ogen te openen was weg. Hij keek ineens in zijn toekomst, althans dat dacht hij. Hij zag zichzelf aan een tafel, een andere, hij was ineens de vader en hij las uit de bijbel. Ook hij had een vrouw met twee kinderen. Hij woonde in een prachtig huis. Hij verdiende handenvol geld en werd op handen gedragen door zijn vele collega’s en vrienden.
Het beeld vervaagde en de onheilsboodschap van zijn vader bracht hem terug in de realiteit.
‘Amen’ zei vader.
‘Ik word architect’ zei Henrik.
De stilte die toen volgde leek een eeuwigheid te duren.
Vader sloot zachtjes de bijbel en keek zijn zoon aan.
‘Dan moet je gaan leren’
‘En daar is geen geld voor’ vulde moeder netjes aan.