'De Architect' Hoofdstuk 1

 

23 juni 1943 viel op de 4e woensdag van de maand. Het was een zonnige dag. De lucht was onbewolkt met een matige wind. Gerard van Borssum Buisman en Henrik Letteboer van de zendgroep Barbara werden boven bezet Nederland gedropt. Oberfeldwebel Karl-Georg Pfeiffer schoot een Halifax ten noordoosten van Schermerhorn uit de lucht.

Brits spoorwegpersoneel kreeg een loonsverhoging.

Kortom, een gewone doordeweekse dag in oorlogstijd.

 

Henrik wordt uitgewuifd door zijn vrienden vanaf Station Haarlem.

Henrik:

Trots keek hij naar zijn paspoort, zijn nogal ovale gezicht keek verwachtingsvol en scheef in de camera en, althans zo lijkt het nu, naar de wereld. Paspoort van het Koninkrijk der Nederlanden, gratis, geldig van 23 juni 1943 tot 23 juni 1945. Beroep: zonder. Op 23 juni 1943 vertrok de trein naar Berlijn. Henrik, net 19 jaar oud ging hopelijk een beroep leren en had zijn eerste paspoort op zak.

Later schreef hij:

´Stel je voor, links loopt Elisa met nog meerderen van haar Nazifamilie, rechts van onze joodse familie, zonder kentekenen. Daarom was het voor ons hier onmogelijk te schrijven, zie stamboom´ schreef Henrik op 25 Januari 1994 aan zijn dochter na zijn TIA.


Elisa:

Stettin (Pommeren, Duitsland)

Trots keek Elisa naar haar Meisterprüfung Fotografiediploma. Behaald na het maken van binnenhuisopnamen in het Museum van Stettin en van glas-in-loodramen van de hoofdkerk in Stargard. Het was 23 juni 1943, Zij stapte op de trein naar Berlin Charlottenburg, zij had een beroep geleerd en had haar eerste vakdiploma op zak.


Henrik:

De dag begon goed, ik was nog maar net de grens over en Bentheim was de plaats waar ik mijn eerste paspoort eindelijk mocht laten zien.

Deze trotse jongen hoorde: wielkommen, oent wie geeds?

Althans zo klonk het, mijn Duits was nog niet zo goed.

Wij moesten uitstappen en werden naar een soort doorgangskamp gebracht en kregen prima te eten (erwtensoep en vers brood). Ik dronk het eerste biertje van mijn leven.

De volgende dag, na een goed ontbijt, gingen we met de trein verder richting Hannover.

In Hannover moesten wij overstappen op de trein naar Berlijn. Ongeveer de helft van de jongens bleef achter in Hannover en, zo werd verteld, gingen door naar Hamburg. Mijn reis eindigde op station Berlin Friederichstrasse, het was half twee in de middag en er stonden 50 Nederlandse jongens op het perron te wachten op wat er komen ging.

Na een half uurtje gingen we onder begeleiding met de Berliner S-Bahn (die we al snel de Berlijnse Slaven-Baan noemden) naar het doorgangskamp lager Rehbrücke bij Potsdam.

Dat ´hotel´ was nogal in tegenstelling tot de luxe die we de avond daarvoor hadden meegemaakt. Er waren ijzeren stapelbedden zonder matrassen, wij kregen slecht eten maar omdat alle Nederlanders bij elkaar werden gezet konden we wel makkelijk communiceren en dat deden we dan ook volop.

Wat betekent ´Arbeit macht frei´ boven de entree? Betekent dat we snel naar huis mogen?

Het stikte van de luizen ondanks dat we onmiddellijk bij aankomst ontluist waren en wij geen luizen hadden. We hebben een luizenbaan was een veel gehoorde grap, ik heb na mijn verblijf in Berlijn nooit meer een luizenbaan gehad.



 

De volgende ochtend werd ik ingedeeld om in de Argus Motorenwerke-fabriek in Reinickendorf te gaan werken en vertrok die middag met ongeveer 30 jongens met de Berlijnse Slavenbaan dwars door Berlijn naar de andere kant van de stad, naar Argus Barackenstadt Barak C. Wij hadden echt mazzel, soms bleven de jongens wel twee weken in dat rotkamp en wij waren na een nachtje slapen op weg naar onze tweede luizenbaan.

Maandag beginnen en ik had meteen een lang weekend voor mij zelf. Ik heb mijn eerste brief naar huis geschreven. Moka Efti kwam daar niet in voor.

Omdat het donderdag was en we pas morgen kregen te horen hoe laat we de komende maandag gingen werken zijn we met een paar maten de stad in gegaan en zo maakte ik die dag voor het eerst stom toevallig kennis met de Moka Efti.

Moka Efti Bellevuestrasse Berlin.

Het was er warm en rokerig, ik stikte bijna, maar ´Was I drunk´? (in het Duits weliswaar) klonk door de zaal en dat maakte veel goed. De zangeres leek niet op Georgia White maar dat maakte niemand wat uit, Schnaps en sigaretten hadden haar wel de juiste toon doen aanslaan. Het gerucht ging dat het orkest bestond uit Wehrmachtmuzikanten die er wat bij schnabbelden.

Het zag trouwens grijs van de Gestapo en SS uniformen. Hun hoofdkwartier was in de buurt van de Moka Efti maar ook een geheime staatspolitieman heeft wel eens wat afleiding nodig. En in dat kader, niet onbelangrijk, er kwamen veel vrouwen zonder man.

Vroeger zou dat hier ook onbetamelijk zijn geweest maar nu, gezien de oorlog, werden de normen wat losser en de hoofden en voeten wat onrustiger.

En zo trok de Moka Efti allerlei volk aan. Moka Efti was een begrip in Berlijn, de officiële naam was Moka Efti am Tiergarten en was gebouwd in 1926. De Kapelle Erhard Bauschke was het vaste salonorkest maar in de kelder werd andere muziek gespeeld. En buiten, hoe symbolisch, stond een beeld van een of andere eerste wereldoorlog-generaal met zijn rug naar de Moka, hopelijk om de boel in de gaten te houden en te zorgen dat enkel goed volk de Moka in kon. beide Moka Efti's zijn eind 1943 verwoest.

Aan de overkant was het Rijks Blindeninstituut waar ,volgens een oude grap, de complete regering was gehuisvest. En zo konden we vanaf het terras van de Moka toezien op het blinde regeringsbeleid.

Het terras werd voor ons toen het enige democratische platform in Berlijn.

Er was ook een tweede Moka Efti in de Friederichstrasse maar dat komt later.

 

Het plakkaat van de architect: Oskar Kaufman, een Hongaars Joodse theaterarchitect, was in 1933 bij de Moka Efti al weggehaald, de architect vertrok in dat zelfde jaar naar Palestina om voor het voormalig Moskouse Habimah Ensemble een theater in de nieuwe stad Tel Aviv te ontwerpen.

Daarna werkte hij aan een bioscoop in Haifa en na het ontwerpen van wat huizen kwam hij niet meer aan de bak en vertrok hij naar Boekarest om uiteindelijk in Hongarije tot het eind van de oorlog een straatarm bestaan te lijden.

Een jood die terugkeert in plaats van verder te vluchten, dat is nu heel opmerkelijk. Ik had er over gelezen.

Oskar Kaufman en ik wisten niet dat we zoveel gemeen zouden hebben, ik wist toen wel dat ik ook architect wilde worden. Er is altijd werk, zowel in vredes- als oorlogstijd. En, gezien de ongewone vrolijkheid in de mooie Moka Efti, waar ik zoveel uren heb doorgebracht, wist ik het, daar in Berlijn waar de bommen als herfstbladeren naar beneden dwarrelden, dat architectuur voor mij een roeping werd.

Regelmatig werd een geallieerd vliegtuig door een Flak uit de lucht geplukt. Mochten er nog overlevenden uit het vliegtuig zijn en dan ook nog donker gekleurd dan werden ze eerst halfdood getrapt en vervolgens gecastreerd en aan een lantaarnpaal opgehangen. Politie deed niets, het leger keek toe, zo ging dat toen in Berlijn.

De illegale jazzclub, de tweede Moka Efti, was in de buurt van het hoofdgebouw van de Gestapo in de Friederichstrasse, daar speelden ze in de kelder ook de illegale jazz, de muziek van die mensen die op dat moment buiten aan een lantaarnpaal hingen.

 

Die avond was ook de eerste keer dat ik twee uur in een schuilkelder heb doorgebracht, de bombardementen waren allang aan de gang maar pas vanaf augustus 1943 werd het steeds erger en vanaf november zou de hel zich pas echt openbaren.

Ik was pas laat terug in het nieuwe hotel die vrijheid door arbeid beloofde en sliep die nacht als een roos (dus op de grond).



Elisa:

Aangekomen in Berlijn ben ik eerst bij een tante gaan logeren, zij was geen nazi meer sinds haar man aan het Oostfront vocht (en nooit meer terug zou komen maar dat wist ze nog niet). Er was ruimte genoeg in het huis. Charlottenburg was nog in redelijke staat, het paleis zou pas in november worden gebombardeerd en in die stilte voor de storm leek het wel of ik mij nergens druk om maakte.

Ik was geen nazi maar wel fotograaf en die laatsten waren gelukkig wel schaars maar omdat zij allemaal in militaire dienst moesten gebeurde dat ook met mij. Ik werd Luftwaffe-fotograaf tegen wil en dank. Elke ochtend, bij daglicht moest ik de bombardementsschade fotograferen voor zowel bewijs van oorlogsmisdaden van de geallieerden als voor de latere wederopbouw van Berlijn, aldus de verklaring van de commandant destijds.

(Elisa tegen haar dochter Gabrielle in 2004).